Na de verkiezingen: de kabinetsformatie
30/11/06 10:02 Opgeslagen in: Staatsinrichting
(2006)
Direct na de Nederlandse Tweede-Kamerverkiezingen
begint de kabinetsformatie. De Koning, dat is
momenteel sinds 1980 Koningin Beatrix, vraagt advies
over een nieuw te vormen kabinet aan de voorzitters
van de Eerste en Tweede Kamer, de vicepresident van
de Raad van State en de fractievoorzitters in de Tweede
Kamer. De Koning verzoekt vervolgens een of
meerdere informateurs om de mogelijkheden
te onderzoeken van een nieuw kabinet dat op
voldoende steun in de Kamer kan rekenen.
De informateur onderzoekt welke combinaties van politieke partijen mogelijk zijn om tot een nieuwe regeringscoalitie te komen. Hij voert hiervoor gesprekken met de fractievoorzitters en doet daarvan verslag aan de Koning. Zij geeft daarna meestal een nieuwe opdracht aan dezelfde of een andere informateur. De informateur gaat onderhandelen met de fractievoorzitters van de coalitie die het meest haalbaar lijkt. Onderwerpen van de onderhandelingen zijn het regeringsprogramma en de verdeling van de posten. Het resultaat hiervan is een concept-regeerakkoord, dat de informateur opneemt in het eindverslag aan de Koning. De informateur beveelt hierin ook een kabinetsformateur aan. Vaak is dit de toekomstige minister-president.
Als de onderhandelingen geen resultaat opleveren, kan de informateur zijn opdracht teruggeven aan de Koning, die dan op basis van adviezen een nieuwe informateur aanwijst. Het is overigens ook mogelijk dat direct een formateur wordt aangewezen en de informatiefase wordt overgeslagen.
Zodra de beoogde coalitiepartners een concept-regeerakkoord zijn overeengekomen, verzoekt de Koning de formateur een kabinet te formeren. De formateur benadert vervolgens, in overleg met onderhandelaars van de toekomstige coalitie, kandidaat-ministers en kandidaat-staatssecretarissen. In de gesprekken wordt aan de kandidaten gevraagd of ze de afspraken in het regeerakkoord ondersteunen.
Daarnaast wordt volgens een vaste procedure nagegaan of er voor de kandidaat mogelijke bezwaren zijn om als minister of staatssecretaris tot het kabinet toe te treden. Zo moet de kandidaat alle betaalde en onbetaalde nevenfuncties neerleggen en afstand doen van (de zeggenschap in) overige zakelijke of financiële belangen. Ten slotte stelt de formateur de vraag of er nog andere feiten 'uit heden of verleden' zijn, 'die op enig moment van negatieve invloed kunnen worden op het functioneren van de kandidaat als bewindspersoon, dan
wel het kabinet in een moeilijke situatie zouden kunnen brengen'.
Als de nieuwe ministersploeg compleet is, komen zij bijeen in een vergadering. Tijdens deze vergadering onderschrijven de ministers het regeerakkoord. In het eindverslag aan de Koning vermeldt de formateur welke ministers en staatssecretarissen bereid zijn toe te treden tot het nieuwe kabinet.
Is dit alles met succes volbracht, dan wordt de nieuwe ministersploeg officieel aan het staatshoofd en het volk gepresenteerd (met de traditionele bordesscène) en worden ministers en staatssecretarissen in het parlement beëdigd. De minister-president legt namens de regering in de Tweede Kamer verantwoording af over de formatie in de regeringsverklaring. (Bron: Wikipedia)
In een stappenschema ziet het er dan zo uit:
1. Tweede-Kamerverkiezingen
2. De Koning wint advies in van de vicepresident van de Raad van State
3. De Koning wint advies in van de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer
4. De Koning wint advies in van de fractievoorzitters in de Tweede Kamer
5. De Koning benoemt een informateur
6. De informateur doet zijn onderzoek en brengt verslag uit
7. De Koning benoemt een formateur
8. De formateur en de coalitiepartners stellen een regeerakkoord op
9. De ministerschappen en staatssecretariaten worden verdeeld
10. Het kabinet houdt een constituerend beraad
11. De niet-terugkerende ministers wordt ontslag verleend
12. De nieuwe ministers en staatssecretarissen worden beëdigd door de Koning
13. Regeringsverklaring en debat in de Tweede Kamer
14. Regeerperiode (maximaal 4 jaar)
Meer informatie:
Kabinetsformatie 2006
(Door: Jan-Wolter Smit)
De informateur onderzoekt welke combinaties van politieke partijen mogelijk zijn om tot een nieuwe regeringscoalitie te komen. Hij voert hiervoor gesprekken met de fractievoorzitters en doet daarvan verslag aan de Koning. Zij geeft daarna meestal een nieuwe opdracht aan dezelfde of een andere informateur. De informateur gaat onderhandelen met de fractievoorzitters van de coalitie die het meest haalbaar lijkt. Onderwerpen van de onderhandelingen zijn het regeringsprogramma en de verdeling van de posten. Het resultaat hiervan is een concept-regeerakkoord, dat de informateur opneemt in het eindverslag aan de Koning. De informateur beveelt hierin ook een kabinetsformateur aan. Vaak is dit de toekomstige minister-president.
Als de onderhandelingen geen resultaat opleveren, kan de informateur zijn opdracht teruggeven aan de Koning, die dan op basis van adviezen een nieuwe informateur aanwijst. Het is overigens ook mogelijk dat direct een formateur wordt aangewezen en de informatiefase wordt overgeslagen.
Zodra de beoogde coalitiepartners een concept-regeerakkoord zijn overeengekomen, verzoekt de Koning de formateur een kabinet te formeren. De formateur benadert vervolgens, in overleg met onderhandelaars van de toekomstige coalitie, kandidaat-ministers en kandidaat-staatssecretarissen. In de gesprekken wordt aan de kandidaten gevraagd of ze de afspraken in het regeerakkoord ondersteunen.
Daarnaast wordt volgens een vaste procedure nagegaan of er voor de kandidaat mogelijke bezwaren zijn om als minister of staatssecretaris tot het kabinet toe te treden. Zo moet de kandidaat alle betaalde en onbetaalde nevenfuncties neerleggen en afstand doen van (de zeggenschap in) overige zakelijke of financiële belangen. Ten slotte stelt de formateur de vraag of er nog andere feiten 'uit heden of verleden' zijn, 'die op enig moment van negatieve invloed kunnen worden op het functioneren van de kandidaat als bewindspersoon, dan
wel het kabinet in een moeilijke situatie zouden kunnen brengen'.
Als de nieuwe ministersploeg compleet is, komen zij bijeen in een vergadering. Tijdens deze vergadering onderschrijven de ministers het regeerakkoord. In het eindverslag aan de Koning vermeldt de formateur welke ministers en staatssecretarissen bereid zijn toe te treden tot het nieuwe kabinet.
Is dit alles met succes volbracht, dan wordt de nieuwe ministersploeg officieel aan het staatshoofd en het volk gepresenteerd (met de traditionele bordesscène) en worden ministers en staatssecretarissen in het parlement beëdigd. De minister-president legt namens de regering in de Tweede Kamer verantwoording af over de formatie in de regeringsverklaring. (Bron: Wikipedia)
In een stappenschema ziet het er dan zo uit:
1. Tweede-Kamerverkiezingen
2. De Koning wint advies in van de vicepresident van de Raad van State
3. De Koning wint advies in van de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer
4. De Koning wint advies in van de fractievoorzitters in de Tweede Kamer
5. De Koning benoemt een informateur
6. De informateur doet zijn onderzoek en brengt verslag uit
7. De Koning benoemt een formateur
8. De formateur en de coalitiepartners stellen een regeerakkoord op
9. De ministerschappen en staatssecretariaten worden verdeeld
10. Het kabinet houdt een constituerend beraad
11. De niet-terugkerende ministers wordt ontslag verleend
12. De nieuwe ministers en staatssecretarissen worden beëdigd door de Koning
13. Regeringsverklaring en debat in de Tweede Kamer
14. Regeerperiode (maximaal 4 jaar)
Meer informatie:
Kabinetsformatie 2006
(Door: Jan-Wolter Smit)