Archeologen vinden eeuwenoud gevloek

"Aan de god Maglus geef ik de misdadiger die de mantel van Servandus stal. Silvester, Riomandus (...) dat hij hem vernietige vóór de negende dag, de persoon die de mantel stal van Servandus..."

Dit staat op een steen die stamt uit de Romeinse Tijd. De steen is ongeveer 1700 jaar oud. De maker van de steen roept de god Maglus op om wraak te nemen op de dief van de mantel van Servandus. Het is overigens niet de eerste keer dat archeologen gevloek ontdekken. Bij de ontdekking van Pompeii vonden de archeologen graffiti op de muren. Zo stonden er allerlei verwensingen en liefdesverklaringen op de muren.

Deze steen is gevonden in de overblijfselen van verschillende oude Romeinse tempels in Groot Brittannië. De vervloeking werd met een puntig voorwerp in de steen gekerfd, die vervolgens vermoedelijk aan de muur van de tempel werd gehangen. De tekst had meestal betrekking op een diefstal en de schrijver wendde zich doorgaans tot een zelfgekozen god. De steen van Leicester blijkt uitzonderlijk goed bewaard te zijn gebleven.
De vondst is verder belangrijk omdat de lijst met bekende namen uit het Lancester van de Romeinse tijd hierdoor flink kan worden uitgebreid. Er waren er namelijk nog maar een stuk of vier bekend. Zoals de soldaat Marcus Ulpius Novantico, wiens naam op een militair ontslagformulier werd aangetroffen. Of de namen 'Verecunda' en 'Lucius' die op een muurtekening stonden geschreven.

De Romeinen zijn in Groot-Brittannie geweest, maar hebben niet het gehele eiland veroverd. Keizer Hadrianus beval in 122 na Christus de bouw van een muur om de grens aan te geven en ter verdediging van zijn rijk tegen de Schotten. Hoewel het een indrukwekkend bouwwerk geweest moet zijn, was de muur niet bestand tegen een invasie, aangezien hij op vele plaatsen slechts enkele meters hoog was en omdat er op regelmatige afstand poorten in zaten. De Schotten mochten ook, indien zij onbewapend waren, via deze poorten handel drijven met de Romeinen. (Bron: Planet.nl)