Een Minderheidskabinet, meer of minder?
08/07/06 09:15 Opgeslagen in: Staatsinrichting (2006)
Sinds 7 juli 2006 kent Nederland het Minderheidskabinet Balkenende III. Sinds de Tweede Wereldoorlog is dit het 3e Minderheidskabinet. Eerder kende Nederland het Kabinet-Zijlstra (van 22 november 1966 tot en met 15 februari 1967) en Kabinet-Van Agt III (van 29 mei 1982 tot en met 8 september 1982). Is een dergelijk kabinet minder of niet?
Een Minderheidskabinet heeft, zoals het woord al zegt, niet de meerderheid van het zetels in de Tweede Kamer (150 zetels, dus de meerderheid is 76, het huidige Kabinet heeft 72 zetels). Zo'n Kabinet moet dus altijd voorzichtig zijn met het voorstellen van wetten, aangezien er geen zekerheid is dat de wetten worden goedgekeurd. Normaal zal dit in bijna alle gevallen wel zijn gebeurd, aangezien het in Nederland gebruikelijk is om met Meerderheidskabinetten te werken. Hiervoor moeten meerdere partijen samenwerken (coalitie).
Meestal ontstaat een Minderheidskabinet door een ruzie in deze samenwerking, zoals dit het geval was in Balkenende II. D66 kon zich niet meer vinden in de politiek van Minister Verdonk (VVD). De partij trok haar steun in en het Kabinet viel. De minister-president dient dan het ontslag in bij de Koningin. Gebruikelijk is dan dat er nieuwe verkiezingen komen. In dit geval niet: de partijen VVD en CDA wilden nog een aantal zaken afmaken, en verkiezingen zouden betekenen dat dit niet meer zou kunnen. Besloten werd dus om met 2 partijen verder te gaan. Het gevolg is een Minderheidskabinet. Hierdoor kunnen CDA en VVD wel beslissingen nemen, anders had dat pas weer na de verkiezingen gekund.
Het is een risicovolle onderneming, aangezien er veel gepraat moet worden om een meerderheid voor een bepaald wetsvoorstel te kunnen krijgen. Het huidige Kabinet heeft de toezegging van een aantal partijen gekregen voor die meerderheid. Of dit in de praktijk ook blijkt is natuurlijk een tweede. Immers op 22 november zijn er verkiezingen en elke partij wil natuurlijk in de schijnwerpers komen!
Meer informatie kun je hier vinden:
Parlement.com - Zetelverdeling Tweede Kamer sinds 1946
NOS Journaal - Dossier: Val Balkenende II
Een Minderheidskabinet heeft, zoals het woord al zegt, niet de meerderheid van het zetels in de Tweede Kamer (150 zetels, dus de meerderheid is 76, het huidige Kabinet heeft 72 zetels). Zo'n Kabinet moet dus altijd voorzichtig zijn met het voorstellen van wetten, aangezien er geen zekerheid is dat de wetten worden goedgekeurd. Normaal zal dit in bijna alle gevallen wel zijn gebeurd, aangezien het in Nederland gebruikelijk is om met Meerderheidskabinetten te werken. Hiervoor moeten meerdere partijen samenwerken (coalitie).
Meestal ontstaat een Minderheidskabinet door een ruzie in deze samenwerking, zoals dit het geval was in Balkenende II. D66 kon zich niet meer vinden in de politiek van Minister Verdonk (VVD). De partij trok haar steun in en het Kabinet viel. De minister-president dient dan het ontslag in bij de Koningin. Gebruikelijk is dan dat er nieuwe verkiezingen komen. In dit geval niet: de partijen VVD en CDA wilden nog een aantal zaken afmaken, en verkiezingen zouden betekenen dat dit niet meer zou kunnen. Besloten werd dus om met 2 partijen verder te gaan. Het gevolg is een Minderheidskabinet. Hierdoor kunnen CDA en VVD wel beslissingen nemen, anders had dat pas weer na de verkiezingen gekund.
Het is een risicovolle onderneming, aangezien er veel gepraat moet worden om een meerderheid voor een bepaald wetsvoorstel te kunnen krijgen. Het huidige Kabinet heeft de toezegging van een aantal partijen gekregen voor die meerderheid. Of dit in de praktijk ook blijkt is natuurlijk een tweede. Immers op 22 november zijn er verkiezingen en elke partij wil natuurlijk in de schijnwerpers komen!
Meer informatie kun je hier vinden:
Parlement.com - Zetelverdeling Tweede Kamer sinds 1946
NOS Journaal - Dossier: Val Balkenende II
