2007: Het jaar van Michiel Adriaansz de Ruyter
08/03/07 18:07 Opgeslagen in: Geschiedenis
(2007)
Op 23 maart opent koningin Beatrix het De
Ruyterjaar met onder andere een concert in
Vlissingen, de geboorteplaats van De Ruyter. Wie was hij en wat
betekende hij voor ons land?
Toen in de Lage Landen aan de Noordzee in 1648, ten overstaan van geheel Europa ,had bewezen dat zij een staat konden vormen werd er een nieuwe fase van onze geschiedenis ingeluid. De verschillende provinciën die samen gewerkt hadden om de gemeenschappelijke Spaanse overheerser de deur uit te werken gingen, volgens een afspraak die in Utrecht was gemaakt, een Republiek vormen.
In deze streken wilde men het op politiek, cultureel en economisch gebied geheel anders aanpakken dan elders in Europa. Onze economie groeide sneller dan de Franse of Engelse, welke nog in de nadagen van de middeleeuwen leefde. Ons land werd een vrijplaats voor alle grote denkers die elders werden geweerd .
Een uitspraak van Rene Descartes klink nog door in onze dagen: ëíWaar vind je meer vrijheid dan in de Republiek ?íí
Er werden meer boeken gedrukt dan in heel Europa bij elkaar. De Koran en de Talmoet kon je in Amsterdam vrij kopen. De in Amsterdam geslagen munten werden overal ter wereld geaccepteerd. De koopvaardij vloot was de grootste die tot dan toe de wereld zeeën had bevaren.
De oorlogzuchtige stadhouder (een soort president) Willem II, een kleinzoon van de beroemde Willem de Zwijger, die nog dacht als een oude monarch uit de middeleeuwen, stierf aan de pokken. Zijn zoon die enkele dagen na zijn dood geboren werd, de latere Willen III, kon nog geen enkele politieke rol spelen.
De leiding van de economische grootmacht kon nu ingevuld worden door echte bestuurders, die het gemeenschappelijk belang van grotere waarde achtte dan het particuliere.
Van een democratie in wording, was dus al sprake in de 17de eeuw.
Johan de Witt nam deze zware taak op zich. Hij en zijn mede regenten moesten tonen aan Europa dat ons land niet alleen een vrije Republiek was naar voorbeeld van de oude Romeinse, maar ook een krachtige factor, in de mondiale politiek. Onze belangen, waar ook ter wereld, moesten beschermd, vergroot en verdedigd worden.
De overzeese handel was van groot belang voor ons land omdat wij niet veel grondstoffen hadden. Wat zelden vertoond was in Europa gebeurde in Amsterdam. Alle goederen die elders in de wereld geproduceerd werden vonden hun weg naar onze hoofdstad. Amsterdam werd een soort grote supermarkt waar je alles wat je maar nodig had kon kopen.
Waneer een vorst marmer nodig had om een paleis te bouwen dan kwam de Franse koning naar Nederland om dit te kopen. Je kon het zo gek niet bedenken alles was te koop in Amsterdam. Er werd dan ook veel geld, zeer veel geld, verdiend door de Amsterdamse kooplieden.
Dit wekte veel wrevel op bij de andere staten om ons heen. Zonder opgaaf van redenen werden Nederlandse koopvaarders aangehouden en aan de ketting gelegd in vreemde havens door afgunstige koningen, van de ons omringende landen. In 1651 vaardigde Engeland zelfs een verordening uit dat de Nederlanders alleen maar producten van eigen bodem in Engeland mochten invoeren.
Dit was de doodsteek voor de vrijhandel op een voor ons toch belangrijk afzet gebied. In die tijd was eer en etiquette van meer belang dan tegenwoordig.
De Britten hadden besloten dat Nederlandse schepen en zeker oorlogsschepen, als eerste op de zee de Engelse vlag moesten groeten. Een vlag incident op zee met de Nederlandse admiraal Tromp gaf dan ook de aanleiding tot een oorlog met dit land (Eerste Engelse Oorlog 1652-1654).
Van een geregelde oorlogsvloot was in die jaren nog geen sprake in ons land. Johan de Witt huurde bij reders grote koopvaardijschepen en bouwde deze zo goed en zo kwaad als het ging om tot schepen uitgerust voor de oorlog ter zee. De opperbevelhebber Maarten Tromp kreeg een groot gebrek aan goed opgeleide zeeofficieren, hij kon per slot van rekening niet overal tegelijk zijn, onze kust was een lange moeilijk te verdedigen strook strand,en de vijand dreigde met een landing.
Johan zocht en vond een koopvaardij kapitein in Zeeland waar hij al vele positieve berichten van had gehoord. In die tijd was een koopvaardij kapitein met vele zaken belast. Zoals het verhandelen en inkopen van goederen en een aanvoeder zijn in de verdediging van zijn schip tegen allerlei gespuis dat op de wereld zeeën voer.
Deze kapitein de Ruyter was net met pensioen gegaan omdat hij zijn schaapjes op het droge had. Hij had in eerste instantie totaal geen zin om met deze zwakke oorlogsvloot de Engelsen te bestrijden op zee. Bovendien vond hij zichzelf met zijn 45 jaar wel toe aan een verdiende rust. Met vrouw en kinderen aan de wal in een huisje met een tuintje was voor een koopvaardij kapitein in die jaren een ongekende luxe.
Na lang aandringen van de regenten en Johan de Witt in het bijzonder nam hij de functie van vice- admiraal voor een zeetocht aan. Hij kreeg de opdracht om de Engelsen te bestrijden in het zuiden van de Noordzee en tevens een terugkerende handelsvloot te beschermen tegen de aanvallen van de vijand.
Deze Eerste Engelse oorlog liep niet zo goed af voor de Republiek der zeven verenigde Nederland. De gehate Acte van Navigatie werd niet ingetrokken zodat de handel op de Bitse eilanden werd beknot. Admiraal Tromp sneuvelde in een zeeslag op de Noordzee ter hoogste van Scheveningen.
En was echter één lichtpuntje in de donkere periode van de eerste Engelse zeeoorlog. Bij Plymouth had vice-admiraal de Ruyter een klinkende overwinning behaald op een overmacht aan Engelse oorlogsbodems welke onder het commando stond van de Engelse admiraal Ayscue. De Ruyter had zich bediend van zijn uitstekende zeemansschapen natuurlijke inzicht in de oorlogsvoering ter zee. Zelf zei hij, godsvruchtig als hij was, ëíAls de almachtige Godt kloekmoedigheid wil geven dan verkrijgt men de overwinning. Dit werk is van Godt zo bestierd zonder dat wij daar reeden voor konnen geveníí.
De oorlog liep af en er werd een betrekkelijke vrede gesloten, de Vrede van Westminster. Johan de Witt begreep heel goed dat er slechts een hoofdstuk was afgesloten in het boek van de confrontatie tussen de twee overzeese handelsconcurrenten. Hij zette dan ook een groot project in gang om de gehele verouderde oorlogsvloot te vervangen voor moderne en zwaardere schepen. De grootste en bekendste oorlogsbodem was het admiraalschip De Zeven Provinciën dat in Rotterdam aan het Haringvliet werd gebouwd. Het schip was zo groot dat de brug bij de tegenwoordige oude haven gesloopt moest worden om het schip toegang tot de maas te geven.
Op dit moment wordt in Lelystad een kopie gebouwd van dit grote schip. Ga daar kijken, het is de moeite waard !
In de tussentijd bleven de Engelsen ons dwars zitten, waar zij maar konden. Zij veroverde Nederlandse bezittingen in Afrika en Amerika, tot grote ergernis van de staten van Holland. In 1664 kreeg, toen nog vice-admiraal, de Ruyter die in de middellandse zee op Algerijnse zeerovers joeg, de geheime opdracht om Nederlandse bezittingen te heroveren op de Britten in Afrika en Amerika.
In Afrika veroverde hij op de Engelsen het Hollandse fort Elmina. Dit fort bestaat nog steeds in de tegenwoordige staat Ghana. Het fort werd door de Nederlanders als handelspost gebruikt. Afrikaanse producten werden er geruild tegen Europese. Een zwarte bladzijde in de Afrikaanse geschiedenis is het verhandelen van inlandse landgenoten aan de Europese kooplui. Slavernij was in die jaren heel normaal en de handelaren uit Europa verdienden er flink aan.
In Amerika waren de Engelsen op de hoogte van zijn komst. Van een verrassingsaanval was geen sprake meer. De Ruyter kon hier weinig uitrichtten en via Noord Amerika zeilde hij weer terug naar het Vaderland. Groot was de vreugde in de Nederlanden toen hij in Delfzijl voet aan wal zette. Temeer omdat de Tweede Engelse Oorlog was uitgebroken (1665-1667).
In Delfzijl is er langs de haven een grote muurschildering aangebracht, zijn aankomst voorstellende, welke nog steeds te zien is. De Engelsen werden in een vierdaagse zeeslag bij Noord-Voorland verslagen. Een tweedaagse zeeslag die daar op volgde verliep minder gunstig voor de Republiek.
Engeland verlangde naar een vrede . En waren een aantal rampen over dit land gekomen. Londen brandde voor een groot gedeelte af en er woedde en hevige pest epidemie.
De Nederlanders en Britten startten vredes onderhandelingen te Breda. De Engelsen vertraagden dit overleg , om een gunstige wending voor hen zelf te bewerkstelligen.
Dit was een doorn in het oog van Johan de Witt. Hij smeedde een plan om een smaldeel de Thames op te sturen en de Engelse vloot, welke onttakeld en opgelegd bij Chatham lag te vernietigen.
De Ruyter voelde echter niets voor het plan om militaire acties op de Thames uit te voeren, hij vond het veel te gevaarlijk met oog op rugdekking en het feit dat de Thames een ondiepe getijde rivier is. De Ruyter had een moment van zwakte, zijn gezondheid was al een jaar niet goed waarschijnlijk aan de beschrijving van het ziektebeeld, leed hij aan malaria.
Hoge koortsen putten zijn lichaam uit, per slot van rekening was hij toen al 61 jaar.
Ondanks de protesten van de Ruyter en dankzij het doorzettingsvermogen van de staatsman Johan de Witt werd de aanval op de Thames uitgevoerd. Jan van Brakel, een kapitein van een Fregat voer de ketting kapot, die over de Medway (een zijrivier van de Thames) was gespannen ter beveiliging van 's Konings oorlogschepen. De schepen brandden nog dagen lang door als fakkels, volgens de Engelse ooggetuigen Samuel Peys.
De Ruyter bleef met het grootste deel van de vloot voor de Thames liggen als rugdekking voor de dappere mannen die het huzarenstukje leverde. De Ruyter, ziek als hij was, gaf uitstekende leiding vanaf zijn veilige admiraalsschip de Zeven Provinciën.
De Engelsen wisten in Breda snel een vrede te bewerkstelligen om erger te voorkomen. De inwoners van Londen brachten hun bezittingen in veiligheid door deze te begraven omdat zij een aanval op Londen verwachtten aldus Samuel Peys. Nu nog zijn in het Nationaal museum te Amsterdam de vlaggen en trofeeën te zien die toen op de Britse oorlog schepen zijn veroverd.
De vrede zou niet lang duren. Binnenlandse problemen met de zoon van Willem II die inmiddels een leeftijd had bereikt van 20 jaar, en dacht en rechtmatige kleem te kunnen leggen op het stadhouderschap van Holland, Zeeland enz., gaf een grote binnenlandse politieke ontwrichting.
Uiteindelijk werd Johan en zijn broer Cornelis door het opgehitste volk op beestachtige wijze vermoord in Den-Haag in het gedenkwaardige rampjaar 1672. In de gevangenpoort in deze stad zijn er nog tot op de dag van vandaag lichaamsdelen van de broers bewaard gebleven die herinneren aan deze schanddaad.
De vermoorde broers Johan en
Cornelis de Wit
Inmiddels hadden de Fransen zich in het kamp van de Engelsen gevoegd om eens en voor altijd af te rekenen met dit voor hen vreemde en welvarende land. Lodewijk de XIV zou met een groot leger ons gebied van uit het zuiden aanvallen en Karel II van Engeland met een gecombineerde Engels-Franse vloot een landing op onze kusten uitvoeren.
In april 1672 een paar maanden voor de moord op de gebroeders de Witt barstte het onweer los. Condé en Turenne de beste veldheren uit die tijd trokken met een leger van 85000 man op richting Amsterdam. Erg ver zouden zij niet komen, de Nederlanders hadden de rivier dijken in Holland en Utrecht doorgestoken zodat de Hollandse waterlinie een feit was.
Nog steeds zijn er in het landschap stille, getuigen te vinden van deze barrière.
Ter zee had de oude admiraal de Ruyter het bevel. Hij was inmiddels 66 jaar, voor die tijd stokoud. Hij slaagde er in een overmacht van Franse en Engelse oorlogschepen tot driemaal toe bij onze kusten te verjagen. De opzet van de verbonden naties om ons land te verdelen tussen hen beiden was roemloos mislukt.
Stel dat het gelukt was hoe had de geschiedenis zich voorgezet, niemand zat het weten.
Engeland was deze oorlog moe en sloot een afzonderlijke vrede met de Nederlanden. Vijftien jaar later zou stadhouder Willem III samen met zijn vrouw koning en koningin van Engeland worden, het kan verkeren.
De oorlog met Frankrijk werd voorgezet. Spanje had inmiddels ook problemen met Lodewijk de IVX gekregen om de zuidelijke Nederlanden ( België ) dat nog altijd een deel van het Spaanse koninkrijk was. De Fransen maakte aanspraak op dit gebied, aanleiding was een onduidelijke huwelijksaanspraak van een familielid van Lodewijk.
Zo beslisten de statengeneraal van de Republiek, inmiddels onder leiding van Stadhouder Willem III, dat de Spanjaarden in de Middellandse-Zee geholpen moesten worden tegen de Fransen. De voormalige vijanden werden bondgenoten tegen wil en dank. Er werd een slechte vloot uitgerust zonder de Ruyters vertrouwde admiraalsschip de Zeven Provinciën.
De Ruyter protesteerde. De regenten vroegen hem of hij misschien bang was geworden op zijn oude dag. De Ruyter antwoordde ; ëíHet is mij leed, dat de heren de vlag van de staat zo veil hebben en wagen en al werd mij bevolen í's lands vlag op een enkel schip te voeren, ik zou daarmee in zee gaan en daar de heren staten hun vlag betrouwen, zal ik mijn leven wageníí.
De Ruyter was inmiddels 68 jaar en voelde zijn einde naderen. Er waren misschien een aantal overwegingen waarom hij zijn laatste dagen niet in zijn woning aan de Prins Henderikkade in Amsterdam wilde slijten. Wanneer hij niet zou sneuvelen in dienst der Staten dan zou hij niet in aanmerking komen voor een staatsbegrafenis met een praalgraf. Op zee schreef hij zijn testament en een lange brief aan zijn zoon Engel. Hij vond het wel eens tijd worden voor Engel om te gaan trouwen en kinderen te gaan krijgen.
Eenmaal in de Spaanse wateren aangekomen bleek de Spaanse vloot verre van operationeel te zijn, onbekwame officieren vormden de leiding. De Ruyter ontving van een bode die de vloot achterna gereisd was een verzegelde brief van de statengeneraal der Republiek. Daarin werd aangedrongen op zijn bemiddeling in de vrijlating van 26 gereformeerde predikanten, die als slaaf werkten op de vloot van de katholieke Spanjaarden. De Ruyter, zelf gereformeerd, wist de Spaanse autoriteiten zodanig te bewerken dat de predikanten afkomstig uit Hongarije vrijgelaten werden en bij hem aan boord van zijn admiraalsschip de Eendracht kwamen.
In de Hongaarse plaats Debreczen wordt nog elk jaar door de Hongaren een krans gelegd bij het standbeeld ter ere van de Ruyters humanitaire daad.
Zoals altijd leidde hij de zeeslag vanaf de campagne van het schip. Een plaats waar hij weinig beschutting had tegen het vijandig geschut. Plots werd hij getroffen door een kanonskogel Deze verbrijzelde zijn rechter been en linkervoet. Hij viel op het tussendek en men bracht hem naar zijn kajuit. Zo goed en zo kwaad als het ging, gaf hij nog aanwijzigen om de strijd tot een goed einde te brengen. Nadat de slag onbeslist was geëindigd gingen de vloten uiteen. De Nederlandse meerde af in de plaats Syracuse (op Sicilië ).
Men heeft nog geprobeerd zijn been te amputeren en in eerste instantie leek het beter te gaan. De vijfde dag na het fatale schot werd hij overvallen door hevige koortsen en snel namen zijn krachten af.Zo lang hij nog kon spreken heeft hij gebeden voor zijn zielenrust. Heel veel troost vond hij in Davids woorden uit Psalm 63: O Godt, Gy zyt myn Godt, ik zoek u in den dageraad myn ziele dorst naar u, myn vleesch verlangt naar u in een land dor en mat, zonder water.
Op 29 april 1676 in de ouderdom van 69 jaar een maand en vijf dagen overleed hij. Zijn lijk werd terstond met sterke kruiden gebalsemd en in een loden kist naar Amsterdam gevoerd.Pas in februari 1667 liep de vloot binnen in Hellevoetsluis.
In maart 1667 werd hij in de Nieuwe kerk te Amsterdam begraven waar nog steeds een indrukwekkend praalgraf van hem te bewonderen is. Zijn zoon Engel heeft de gehele geschreven nalatenschap aan de dominee gegeven die de uitvaart van zijn vader geregeld had.Deze heer Brandt heeft een biografie geschreven aan de hand van dit materiaal.
Samen met andere bronnen weten wij het leven van deze redder des vaderlands te reconstrueren en te begrijpen.
Brandt heeft een gedicht op zijn leven gemaakt:
Aanschouw den held.
Der Staten rechterhand.
De redder van het vervallen vaderland.
Die in één jaar tijd.
Twee grote koninkrijken.
Tot drie maal toe de trotse vlag deed strijken.
Het roer der vloot.
De arm waar Godt door stree.
Bracht weer de vrijheid en de vree.
(Door: Henk Mesman)
Toen in de Lage Landen aan de Noordzee in 1648, ten overstaan van geheel Europa ,had bewezen dat zij een staat konden vormen werd er een nieuwe fase van onze geschiedenis ingeluid. De verschillende provinciën die samen gewerkt hadden om de gemeenschappelijke Spaanse overheerser de deur uit te werken gingen, volgens een afspraak die in Utrecht was gemaakt, een Republiek vormen.
In deze streken wilde men het op politiek, cultureel en economisch gebied geheel anders aanpakken dan elders in Europa. Onze economie groeide sneller dan de Franse of Engelse, welke nog in de nadagen van de middeleeuwen leefde. Ons land werd een vrijplaats voor alle grote denkers die elders werden geweerd .
Een uitspraak van Rene Descartes klink nog door in onze dagen: ëíWaar vind je meer vrijheid dan in de Republiek ?íí
Er werden meer boeken gedrukt dan in heel Europa bij elkaar. De Koran en de Talmoet kon je in Amsterdam vrij kopen. De in Amsterdam geslagen munten werden overal ter wereld geaccepteerd. De koopvaardij vloot was de grootste die tot dan toe de wereld zeeën had bevaren.
De oorlogzuchtige stadhouder (een soort president) Willem II, een kleinzoon van de beroemde Willem de Zwijger, die nog dacht als een oude monarch uit de middeleeuwen, stierf aan de pokken. Zijn zoon die enkele dagen na zijn dood geboren werd, de latere Willen III, kon nog geen enkele politieke rol spelen.
De leiding van de economische grootmacht kon nu ingevuld worden door echte bestuurders, die het gemeenschappelijk belang van grotere waarde achtte dan het particuliere.
Van een democratie in wording, was dus al sprake in de 17de eeuw.
Johan de Witt nam deze zware taak op zich. Hij en zijn mede regenten moesten tonen aan Europa dat ons land niet alleen een vrije Republiek was naar voorbeeld van de oude Romeinse, maar ook een krachtige factor, in de mondiale politiek. Onze belangen, waar ook ter wereld, moesten beschermd, vergroot en verdedigd worden.
De overzeese handel was van groot belang voor ons land omdat wij niet veel grondstoffen hadden. Wat zelden vertoond was in Europa gebeurde in Amsterdam. Alle goederen die elders in de wereld geproduceerd werden vonden hun weg naar onze hoofdstad. Amsterdam werd een soort grote supermarkt waar je alles wat je maar nodig had kon kopen.
Waneer een vorst marmer nodig had om een paleis te bouwen dan kwam de Franse koning naar Nederland om dit te kopen. Je kon het zo gek niet bedenken alles was te koop in Amsterdam. Er werd dan ook veel geld, zeer veel geld, verdiend door de Amsterdamse kooplieden.
Dit wekte veel wrevel op bij de andere staten om ons heen. Zonder opgaaf van redenen werden Nederlandse koopvaarders aangehouden en aan de ketting gelegd in vreemde havens door afgunstige koningen, van de ons omringende landen. In 1651 vaardigde Engeland zelfs een verordening uit dat de Nederlanders alleen maar producten van eigen bodem in Engeland mochten invoeren.
Dit was de doodsteek voor de vrijhandel op een voor ons toch belangrijk afzet gebied. In die tijd was eer en etiquette van meer belang dan tegenwoordig.
De Britten hadden besloten dat Nederlandse schepen en zeker oorlogsschepen, als eerste op de zee de Engelse vlag moesten groeten. Een vlag incident op zee met de Nederlandse admiraal Tromp gaf dan ook de aanleiding tot een oorlog met dit land (Eerste Engelse Oorlog 1652-1654).
Van een geregelde oorlogsvloot was in die jaren nog geen sprake in ons land. Johan de Witt huurde bij reders grote koopvaardijschepen en bouwde deze zo goed en zo kwaad als het ging om tot schepen uitgerust voor de oorlog ter zee. De opperbevelhebber Maarten Tromp kreeg een groot gebrek aan goed opgeleide zeeofficieren, hij kon per slot van rekening niet overal tegelijk zijn, onze kust was een lange moeilijk te verdedigen strook strand,en de vijand dreigde met een landing.
Johan zocht en vond een koopvaardij kapitein in Zeeland waar hij al vele positieve berichten van had gehoord. In die tijd was een koopvaardij kapitein met vele zaken belast. Zoals het verhandelen en inkopen van goederen en een aanvoeder zijn in de verdediging van zijn schip tegen allerlei gespuis dat op de wereld zeeën voer.
Deze kapitein de Ruyter was net met pensioen gegaan omdat hij zijn schaapjes op het droge had. Hij had in eerste instantie totaal geen zin om met deze zwakke oorlogsvloot de Engelsen te bestrijden op zee. Bovendien vond hij zichzelf met zijn 45 jaar wel toe aan een verdiende rust. Met vrouw en kinderen aan de wal in een huisje met een tuintje was voor een koopvaardij kapitein in die jaren een ongekende luxe.
Na lang aandringen van de regenten en Johan de Witt in het bijzonder nam hij de functie van vice- admiraal voor een zeetocht aan. Hij kreeg de opdracht om de Engelsen te bestrijden in het zuiden van de Noordzee en tevens een terugkerende handelsvloot te beschermen tegen de aanvallen van de vijand.
Deze Eerste Engelse oorlog liep niet zo goed af voor de Republiek der zeven verenigde Nederland. De gehate Acte van Navigatie werd niet ingetrokken zodat de handel op de Bitse eilanden werd beknot. Admiraal Tromp sneuvelde in een zeeslag op de Noordzee ter hoogste van Scheveningen.
En was echter één lichtpuntje in de donkere periode van de eerste Engelse zeeoorlog. Bij Plymouth had vice-admiraal de Ruyter een klinkende overwinning behaald op een overmacht aan Engelse oorlogsbodems welke onder het commando stond van de Engelse admiraal Ayscue. De Ruyter had zich bediend van zijn uitstekende zeemansschapen natuurlijke inzicht in de oorlogsvoering ter zee. Zelf zei hij, godsvruchtig als hij was, ëíAls de almachtige Godt kloekmoedigheid wil geven dan verkrijgt men de overwinning. Dit werk is van Godt zo bestierd zonder dat wij daar reeden voor konnen geveníí.
De oorlog liep af en er werd een betrekkelijke vrede gesloten, de Vrede van Westminster. Johan de Witt begreep heel goed dat er slechts een hoofdstuk was afgesloten in het boek van de confrontatie tussen de twee overzeese handelsconcurrenten. Hij zette dan ook een groot project in gang om de gehele verouderde oorlogsvloot te vervangen voor moderne en zwaardere schepen. De grootste en bekendste oorlogsbodem was het admiraalschip De Zeven Provinciën dat in Rotterdam aan het Haringvliet werd gebouwd. Het schip was zo groot dat de brug bij de tegenwoordige oude haven gesloopt moest worden om het schip toegang tot de maas te geven.
Op dit moment wordt in Lelystad een kopie gebouwd van dit grote schip. Ga daar kijken, het is de moeite waard !
In de tussentijd bleven de Engelsen ons dwars zitten, waar zij maar konden. Zij veroverde Nederlandse bezittingen in Afrika en Amerika, tot grote ergernis van de staten van Holland. In 1664 kreeg, toen nog vice-admiraal, de Ruyter die in de middellandse zee op Algerijnse zeerovers joeg, de geheime opdracht om Nederlandse bezittingen te heroveren op de Britten in Afrika en Amerika.
In Afrika veroverde hij op de Engelsen het Hollandse fort Elmina. Dit fort bestaat nog steeds in de tegenwoordige staat Ghana. Het fort werd door de Nederlanders als handelspost gebruikt. Afrikaanse producten werden er geruild tegen Europese. Een zwarte bladzijde in de Afrikaanse geschiedenis is het verhandelen van inlandse landgenoten aan de Europese kooplui. Slavernij was in die jaren heel normaal en de handelaren uit Europa verdienden er flink aan.
In Amerika waren de Engelsen op de hoogte van zijn komst. Van een verrassingsaanval was geen sprake meer. De Ruyter kon hier weinig uitrichtten en via Noord Amerika zeilde hij weer terug naar het Vaderland. Groot was de vreugde in de Nederlanden toen hij in Delfzijl voet aan wal zette. Temeer omdat de Tweede Engelse Oorlog was uitgebroken (1665-1667).
In Delfzijl is er langs de haven een grote muurschildering aangebracht, zijn aankomst voorstellende, welke nog steeds te zien is. De Engelsen werden in een vierdaagse zeeslag bij Noord-Voorland verslagen. Een tweedaagse zeeslag die daar op volgde verliep minder gunstig voor de Republiek.
Engeland verlangde naar een vrede . En waren een aantal rampen over dit land gekomen. Londen brandde voor een groot gedeelte af en er woedde en hevige pest epidemie.
De Nederlanders en Britten startten vredes onderhandelingen te Breda. De Engelsen vertraagden dit overleg , om een gunstige wending voor hen zelf te bewerkstelligen.
Dit was een doorn in het oog van Johan de Witt. Hij smeedde een plan om een smaldeel de Thames op te sturen en de Engelse vloot, welke onttakeld en opgelegd bij Chatham lag te vernietigen.
De Ruyter voelde echter niets voor het plan om militaire acties op de Thames uit te voeren, hij vond het veel te gevaarlijk met oog op rugdekking en het feit dat de Thames een ondiepe getijde rivier is. De Ruyter had een moment van zwakte, zijn gezondheid was al een jaar niet goed waarschijnlijk aan de beschrijving van het ziektebeeld, leed hij aan malaria.
Hoge koortsen putten zijn lichaam uit, per slot van rekening was hij toen al 61 jaar.
Ondanks de protesten van de Ruyter en dankzij het doorzettingsvermogen van de staatsman Johan de Witt werd de aanval op de Thames uitgevoerd. Jan van Brakel, een kapitein van een Fregat voer de ketting kapot, die over de Medway (een zijrivier van de Thames) was gespannen ter beveiliging van 's Konings oorlogschepen. De schepen brandden nog dagen lang door als fakkels, volgens de Engelse ooggetuigen Samuel Peys.
De Ruyter bleef met het grootste deel van de vloot voor de Thames liggen als rugdekking voor de dappere mannen die het huzarenstukje leverde. De Ruyter, ziek als hij was, gaf uitstekende leiding vanaf zijn veilige admiraalsschip de Zeven Provinciën.
De Engelsen wisten in Breda snel een vrede te bewerkstelligen om erger te voorkomen. De inwoners van Londen brachten hun bezittingen in veiligheid door deze te begraven omdat zij een aanval op Londen verwachtten aldus Samuel Peys. Nu nog zijn in het Nationaal museum te Amsterdam de vlaggen en trofeeën te zien die toen op de Britse oorlog schepen zijn veroverd.
De vrede zou niet lang duren. Binnenlandse problemen met de zoon van Willem II die inmiddels een leeftijd had bereikt van 20 jaar, en dacht en rechtmatige kleem te kunnen leggen op het stadhouderschap van Holland, Zeeland enz., gaf een grote binnenlandse politieke ontwrichting.
Uiteindelijk werd Johan en zijn broer Cornelis door het opgehitste volk op beestachtige wijze vermoord in Den-Haag in het gedenkwaardige rampjaar 1672. In de gevangenpoort in deze stad zijn er nog tot op de dag van vandaag lichaamsdelen van de broers bewaard gebleven die herinneren aan deze schanddaad.
De vermoorde broers Johan en
Cornelis de Wit
Inmiddels hadden de Fransen zich in het kamp van de Engelsen gevoegd om eens en voor altijd af te rekenen met dit voor hen vreemde en welvarende land. Lodewijk de XIV zou met een groot leger ons gebied van uit het zuiden aanvallen en Karel II van Engeland met een gecombineerde Engels-Franse vloot een landing op onze kusten uitvoeren.
In april 1672 een paar maanden voor de moord op de gebroeders de Witt barstte het onweer los. Condé en Turenne de beste veldheren uit die tijd trokken met een leger van 85000 man op richting Amsterdam. Erg ver zouden zij niet komen, de Nederlanders hadden de rivier dijken in Holland en Utrecht doorgestoken zodat de Hollandse waterlinie een feit was.
Nog steeds zijn er in het landschap stille, getuigen te vinden van deze barrière.
Ter zee had de oude admiraal de Ruyter het bevel. Hij was inmiddels 66 jaar, voor die tijd stokoud. Hij slaagde er in een overmacht van Franse en Engelse oorlogschepen tot driemaal toe bij onze kusten te verjagen. De opzet van de verbonden naties om ons land te verdelen tussen hen beiden was roemloos mislukt.
Stel dat het gelukt was hoe had de geschiedenis zich voorgezet, niemand zat het weten.
Engeland was deze oorlog moe en sloot een afzonderlijke vrede met de Nederlanden. Vijftien jaar later zou stadhouder Willem III samen met zijn vrouw koning en koningin van Engeland worden, het kan verkeren.
De oorlog met Frankrijk werd voorgezet. Spanje had inmiddels ook problemen met Lodewijk de IVX gekregen om de zuidelijke Nederlanden ( België ) dat nog altijd een deel van het Spaanse koninkrijk was. De Fransen maakte aanspraak op dit gebied, aanleiding was een onduidelijke huwelijksaanspraak van een familielid van Lodewijk.
Zo beslisten de statengeneraal van de Republiek, inmiddels onder leiding van Stadhouder Willem III, dat de Spanjaarden in de Middellandse-Zee geholpen moesten worden tegen de Fransen. De voormalige vijanden werden bondgenoten tegen wil en dank. Er werd een slechte vloot uitgerust zonder de Ruyters vertrouwde admiraalsschip de Zeven Provinciën.
De Ruyter protesteerde. De regenten vroegen hem of hij misschien bang was geworden op zijn oude dag. De Ruyter antwoordde ; ëíHet is mij leed, dat de heren de vlag van de staat zo veil hebben en wagen en al werd mij bevolen í's lands vlag op een enkel schip te voeren, ik zou daarmee in zee gaan en daar de heren staten hun vlag betrouwen, zal ik mijn leven wageníí.
De Ruyter was inmiddels 68 jaar en voelde zijn einde naderen. Er waren misschien een aantal overwegingen waarom hij zijn laatste dagen niet in zijn woning aan de Prins Henderikkade in Amsterdam wilde slijten. Wanneer hij niet zou sneuvelen in dienst der Staten dan zou hij niet in aanmerking komen voor een staatsbegrafenis met een praalgraf. Op zee schreef hij zijn testament en een lange brief aan zijn zoon Engel. Hij vond het wel eens tijd worden voor Engel om te gaan trouwen en kinderen te gaan krijgen.
Eenmaal in de Spaanse wateren aangekomen bleek de Spaanse vloot verre van operationeel te zijn, onbekwame officieren vormden de leiding. De Ruyter ontving van een bode die de vloot achterna gereisd was een verzegelde brief van de statengeneraal der Republiek. Daarin werd aangedrongen op zijn bemiddeling in de vrijlating van 26 gereformeerde predikanten, die als slaaf werkten op de vloot van de katholieke Spanjaarden. De Ruyter, zelf gereformeerd, wist de Spaanse autoriteiten zodanig te bewerken dat de predikanten afkomstig uit Hongarije vrijgelaten werden en bij hem aan boord van zijn admiraalsschip de Eendracht kwamen.
In de Hongaarse plaats Debreczen wordt nog elk jaar door de Hongaren een krans gelegd bij het standbeeld ter ere van de Ruyters humanitaire daad.
Zoals altijd leidde hij de zeeslag vanaf de campagne van het schip. Een plaats waar hij weinig beschutting had tegen het vijandig geschut. Plots werd hij getroffen door een kanonskogel Deze verbrijzelde zijn rechter been en linkervoet. Hij viel op het tussendek en men bracht hem naar zijn kajuit. Zo goed en zo kwaad als het ging, gaf hij nog aanwijzigen om de strijd tot een goed einde te brengen. Nadat de slag onbeslist was geëindigd gingen de vloten uiteen. De Nederlandse meerde af in de plaats Syracuse (op Sicilië ).
Men heeft nog geprobeerd zijn been te amputeren en in eerste instantie leek het beter te gaan. De vijfde dag na het fatale schot werd hij overvallen door hevige koortsen en snel namen zijn krachten af.Zo lang hij nog kon spreken heeft hij gebeden voor zijn zielenrust. Heel veel troost vond hij in Davids woorden uit Psalm 63: O Godt, Gy zyt myn Godt, ik zoek u in den dageraad myn ziele dorst naar u, myn vleesch verlangt naar u in een land dor en mat, zonder water.
Op 29 april 1676 in de ouderdom van 69 jaar een maand en vijf dagen overleed hij. Zijn lijk werd terstond met sterke kruiden gebalsemd en in een loden kist naar Amsterdam gevoerd.Pas in februari 1667 liep de vloot binnen in Hellevoetsluis.
In maart 1667 werd hij in de Nieuwe kerk te Amsterdam begraven waar nog steeds een indrukwekkend praalgraf van hem te bewonderen is. Zijn zoon Engel heeft de gehele geschreven nalatenschap aan de dominee gegeven die de uitvaart van zijn vader geregeld had.Deze heer Brandt heeft een biografie geschreven aan de hand van dit materiaal.
Samen met andere bronnen weten wij het leven van deze redder des vaderlands te reconstrueren en te begrijpen.
Brandt heeft een gedicht op zijn leven gemaakt:
Aanschouw den held.
Der Staten rechterhand.
De redder van het vervallen vaderland.
Die in één jaar tijd.
Twee grote koninkrijken.
Tot drie maal toe de trotse vlag deed strijken.
Het roer der vloot.
De arm waar Godt door stree.
Bracht weer de vrijheid en de vree.
(Door: Henk Mesman)